Heden ten dage telt de schutterij Sint Salvius zo’n 80 actieve leden en vervult een culturele rol binnen de Limbrichtse gemeenschap. Hierbij staan diverse activiteiten zeer centraal, zoals de Sacramentsdag met het koningsschieten, het Bloemencorso en de schuttersfeesten (Bondsfeesten, O.L.S. & Z.L.F.).


De schuttersfeesten.
Schutterij Sint Salvius neemt, als lid van de Schuttersbond Sint Gerardus Amstenrade, jaarlijks deel aan vier bondsschuttersfeesten.
Naast de bondsschuttersfeesten nemen we ook deel aan het Oud Limburgs Schuttersfeest (O.L.S.). Hieraan doen alle schuttersbonden uit Belgisch- en Nederlands Limburg mee (ca. 175 schutterijen). De schutterij die de schietwedstrijd van het O.L.S. wint mag dit feest het jaar daarna organiseren. Zo heeft Sint Salvius op de eerste zondag van juli 1960 & 1964 het O.L.S. te Limbricht mogen organiseren. En waren we in 1998 met een 5e plaats er zeer dichtbij.

Bestuur OLS 1960.

Bestuur in 1960

Het bestuur van het OLS 1960.

ZLF
Twee weken na het O.L.S. vindt het zogenaamde klein O.L.S. in de vorm van het Zuid-Limburgse Federatie feest (Z.L.F.) plaats. Dit is het schuttersfeest van de Zuid Limburgse Schuttersfederatie. Tot deze federatie behoren de drie schuttersbonden uit Zuid-Limburg, namelijk de Bond St. Gerardus Amstenrade, Zuid-Limburgse Bond en Bond Eendracht Born-Echt.

Het uniform.
Het tenue, dat de schutterij Sint Salvius sinds 1956 draagt, is niet zo maar gekozen. Toentertijd is, gelet op de geschiedenis, dit uniform bewust gekozen. Het is het uniform welke de jongens die uit Limbricht in dienst moesten het eerst onder de Nederlandse vlag hebben gedragen.

Uniform Sint Salvius

Tenue overeenkomst uniform schutterij Sint Salvius.

Tenue overeenkomst Schutterij te Limbricht.
Limbricht was vroeger een Vrij Heerlijkheid. Onder de Franse overheersing kwam hier een einde aan. Na de Franse tijd kwam Limbricht onder het Hertogdom Limburg te vallen. De Limbrichtenaren die toen onder dienst moesten, dienden bij de Limburgse jagers, welke later een onderdeel van het Nederlandse leger werd.
In 1867 werd Limburg een provincie van Nederland, vanaf toen werden de Limbrichtenaren ingedeeld bij de gewone onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht. Het uniform dat enige tijd later werd aangeschaft bij de koninklijke landmacht, draagt nu onze schutterij. Het tenue is het gala uniform van de koninklijke Landmacht rond de eeuwwisseling. De tijd dat koningin Emma regentes was en later Koningin Wilhelmina de troon besteeg.

Generaal May Laskerzewski 2002

Generaal Maj Laskarzewski 19 Mei 2002.


Het uniform welke onze generaal draagt is een natuurgetrouwe kopie van het uniform van Z.K.H. Prins Hendrik.
De schutterij van voor naar achteren.

Bordjesdrager
In een optocht wordt de schutterij vooraf gegaan door een klein menneke (of meisje) met een groot bord met hierop “Schutterij Sint Salvius Limbricht” en het optochtnummer.
In de jaren ’70 en ’80 werd de bordjesdrager langzaam ‘ingelijfd’ bij de schutterij. Dus kreeg het parmantige menneke een heus uniform en belande hij op de lijst van wedstrijdonderdelen.
Nu controleert de jury onder andere of hij niet te ver voor de troep uitloopt en geen overdreven passen maakt.

Bielemannen.
Hoewel zij in het verre verleden geen functie binnen de schutterij hebben vervuld, vormen de bielemannen heden ten dage een zeer markante verschijning in de optochten. Met beremuts, baard, blauwe kiel en lederen schort lopen zij voor de schutterij uit. Bijl op de schouder, materiaaltas om de nek. Klaar om waar nodig ‘hindernissen op te ruimen’. Daarmee vormen de bielemannen een moderne echo uit een grijs verleden waarin schutterijen kerkelijke processies begeleiden die naar men veelal ten onrechte aanneemt door protestanten en onverlaten werden verstoord.

Bordjesdrager 2002

De Bordjesdrager en de Bielemannen voor de drumband op het OLS 2002.

UITMONSTERING
Namaak baard dient er goed uit te zijn, een geheel netjes afgewerkt. Scherp bijl, Tas met bepaalde inhoudt, Lederen voorschort, Vos blauwe kiel, Halsdoek rood, Witte broek, Schoeisel klompen, laarzen of hoge-schoenen.

Tambour-maître.
Met de graad van Sergeant-majoor loopt de Tambour-maître voor de drumband.

UITMONSTERING
Rode kraag, Rode epauletten, Dubbele chevron van goud galon als mouwopslag, rode sjerp met hieraan een dolk

Drumband.
Sinds jaar en dag marcheren de schutters met een ‘vliegend vaandel en slaande trom’ door stad en land. Tot in de twintigste eeuw moet dat letterlijk worden genomen. Een drumband voor 1900 bestond   voornamelijk uit één of enkele tamboeren om de schutterij ritmisch te begeleiden. De drumbands die de huidige schutterijen met hoorngeschal en welluidende klanken voorgaan, zijn in feite pas na de Tweede Wereldoorlog in zwang geraakt.

UITMONSTERING
Rode kraag, Rode epauletten, Op schouders vogelnestjes geel over wit, Koppel

Marketentsters.
Mooi om te zien, maar zonder historische betekenis: dat zijn de marketentsters die sinds begin jaren ’70 de schutterijen begeleiden. Het idee van de marketentster is afgeleid van de vrouwen die (vaak met kind en kegel) in de 16e en 17e eeuw achter de legers aan trokken. Het was een mogelijkheid om bij de echtgenoot in de buurt te zijn en hem van zijn droogje en natje te voorzien. Hun’rats, kuch en bonen’ moesten de huursoldaten in die dagen namelijk veelal zelf zien te organiseren. De vrouwen maakten van de nood een deugd, en boden ook anderen voedsel en drank als koopwaar aan. Vandaar de naam marketentster, die is afgeleid van ‘markentare’ hetgeen verkopen of verhandelen betekent.

UITMONSTERING
Mandje met daarin brood, kaas & worst Vaatje met daarin cognac.

Marketenster Magriet Huveneers

De marketentsters.


Vaandrig.
Sinds mensenheugenis speelt het vaandel een belangrijke rol, zowel in de samenleving als ook binnen de legers. Nog steeds symboliseert het vaandel trouw aan en eerbied voor kerk en vaderland. Zonder proper vaandel mag het gezelschap zich niet eens een schutterij noemen.
Op het vaandel is aan de ene kant “Sint Salvius 1256” en een afbeelding van de patroonheilige Sint Salvius en aan de andere zijde een afbeelding van Maria aangebracht.
Nog steeds is het een ‘doodzonde’ wanneer het vaandel de grond raakt. Slechts de koning(in), paus en bisschoppen mogen bij bijzondere gelegenheden over het vaandel schrijden. De vaandrig bekleedt de laagste officiersrang.

UITMONSTERING
Rode kraag met 1 gebombeerde knoop, Rode epauletten, Rode band als mouwopslag.

Koning.
De meest markante figuur van de schutterij is zonder twijfel de koning, al dan niet vergezeld van een bevallige koningin. Omhangen met een prachtig palet van zilveren koningsplaten, vormt hij letterlijk en figuurlijk het schitterende middelpunt van de vereniging. En zo wordt hij door de andere schutters ook bejegend. Elke schutter kan koning worden. Naar eeuwenoud gebruik wordt in het voorjaar door de leden van de schutterij volgens reglement ‘op de vogel geschoten’. Omgeven met een feestelijk ritueel wordt een stevige blok hout met de (rudimentaire) vormen van een vogel op een hoge stand geplaatst.
Nadat de ‘oude koning’ en de wereldlijke en geestelijke beschermheer (een notabele uit het dorp en de pastoor) het openingsschot hebben verricht, schieten de leden in volgorde van loting om de beurt net zolang op het blok, tot een laatste stukje overblijft. Degene die dit naar beneden schiet, mag zich gedurende het komende jaar koning van de schutterij noemen. Er volgt een plechtige inauguratie, met een zilveren koningskroon op de schuttershoed. Ook worden zilveren koningsvogel en koningsplaten over de schouder gehangen. Na zijn ‘ambtsperiode’ wordt zijn naam vereeuwigd op de meest recentste zilveren plaat van het koningszilver.

UITMONSTERING
Rode kraag met 3 sterren, Rode epauletten, rode band als mouwopslag, oranje sjerp om de heup en een degen.

[Not a valid template]

Officieren.
Achter het vaandel en naast de koning marcheren de officieren als ‘nazaten’ van de aloude schuttenmeesters. Zij bekleden in tegenstelling tot hun voorvaderen weliswaar niet meer automatisch een functie in het bestuur van de schutterij, maar zijn toch min of meer de ‘meest aanzienlijken’ van het gezelschap. Hun rang kregen zij als dank voor jarenlang inzet voor de vereniging. Dus mogen zij zich tooien met een fraaie pluim op de hoed, gouden epauletten op de schouders en een oranje sjerp om de heup. Tot het officierskorps behoren:

UITMONSTERING

Rangen Kraag
Epaulet
Mouwen Sjerp
Wapen
Luitenant-generaal rood met gouden borduursel (eikentak) goud met 3 sterren gouden borduursel zwart met 2 gouden banen, dubbele gouden leeuwenkop als gesp Sabel
Kolonel goud met 3 sterren goud met 4 gouden kwasten van bouillons. rode band oranje met 2 oranje kwasten Sabel
luitenant-kolonel goud met 2 sterren goud met 2 gouden kwasten van bouillons & 2 zilveren kwasten van bouillons. rode band oranje met 2 oranje kwasten Sabel
Majoor goud met 1 ster goud met 3 gouden kwasten van bouillons. rode band oranje met 2 oranje kwasten Sabel
Kapitein rood met 3 sterren goud met 2 gouden kwasten van bouillons. rode band oranje met 2 oranje kwasten Sabel
1e luitenant rood met 2 sterren goud met 3 gouden kwasten van torsaden. rode band oranje met 2 oranje kwasten Sabel
2e luitenant rood met 1 ster goud met 2 gouden kwasten van torsaden. rode band oranje met 2 oranje kwasten Sabel

Geweerdragers.
Achter de officieren marcheren de geweerdragers. In rotten van drie (nieuwe exercitie) met het geweer over de schouder gestrekte arm, hand onder de kolf. Volgens het ‘Normenboekje’ (wedstrijdreglement) moet een vereniging minimaal 16 gewapende leden tellen om officieel als schutterij te gelden. Gewapend is in feite elk lid dat ‘achter het vaandel loopt’, inclusief de tamboer maître, vaandrig en commandant. Deze laatste loopt naast de colonne en bekleedt de rang van kapitein. De geweerdragers hebben allen de graad soldaat.

Exercitie peloton.
Het exercitie peloton.

UITMONSTERING

Graad
Kraag
Epauletten
Mouwen
Gordel
Wapen
Soldaat rood rood rode band koppel geweer